10/05/2026
“𝐉𝐞 𝐛𝐞𝐧𝐭 𝐦𝐚𝐚𝐫 𝐞𝐞𝐧 𝐦𝐲𝐬𝐭𝐞𝐫𝐢𝐞𝐮𝐳𝐞 𝐦𝐚𝐧. 𝐄𝐧 𝐞𝐢𝐠𝐞𝐧𝐥𝐢𝐣𝐤 𝐨𝐨𝐤 𝐞𝐞𝐧 𝐠𝐫𝐨𝐨𝐭 𝐤𝐢𝐧𝐝.”
Dat zei ze nadat ik vertelde over die stoel zonder poten. Ik vond het een heel mooi compliment.
Ik was met een studiedag even de supermarkt in gegaan en daar stond bij de non-food zo’n lage tuinstoel zonder poten. Ik heb al een paar strandstoelen en deze zag er ook wel leuk uit
Dus ik pak dat ding van het schap, zet hem midden in het gangpad op de grond en ga erop zitten.
Mijn collega kreeg meteen plaatsvervangende schaamte.
“Dat kun je toch niet maken?” “Wat moeten mensen daar wel niet van denken?”
En ik moest daar juist om lachen.
Want het is toch gewoon normaal dat je een stoel test voordat je hem koopt?
Ja, dat ding had geen poten. Dus ja, ik zat op de grond midden in het gangpad.
Nou en?
Het is een stoel. Die moet je testen. Simpel.
Later vertelde ik dat thuis.
Toen zei ze: “Maar het hele concept van die stoel is toch raar? Wat moet je ermee?”
“Ja… erop zitten.”
“Ja maar dan zit je dus op de grond?”
“Ja. Op de grond. Met een leuning. Beter dan de hele tijd rechtop blijven zitten."
Hij zat best lekker.
Lekker laag bij de grond. Beetje achterover hangen. Best relaxed.
En ergens vind ik het mooi hoeveel mensen bezig zijn met: “Dat kun je toch niet maken?”
Terwijl ik alleen maar denk: waarom eigenlijk niet?
Je doet niemand kwaad.
Net als die keer dat ik tijdens een workshop muizentrapjes had gemaakt van papier. Gewoon twee strookjes die je om en om vouwt.
Toen ben ik op een tafel gaan staan om die dingen tussen de systeemplaten van het plafond te steken in het lokaal.
“Dat doe je toch niet echt?” “Dat laat je daar toch niet hangen?”
Jawel dus.
Een jaar later hingen ze er nog steeds.
En de collega’s die erbij waren, moesten daar iedere keer weer om lachen als ze langs dat lokaal liepen.
“Ze hangen er nog steeds hè.”
En dat vind ik dus mooi.
Je creëert samen een moment waar je later weer aan terugdenkt.
In het moment is het grappig. Maar later misschien nog wel grappiger.
Net als die keer dat ik overal googly eyes in de camper van een maat van mij had geplakt.
Dan trekt hij later een keer de koelkast open... googly eyes.
Of hij kijkt onder de motorkap… googly eyes.
Overal kleine gezichtjes.
Afgelopen week was ik nog bij hem.
Toen zei hij: “Ik kom nog steeds googly eyes tegen.”
Dat feestje is inmiddels al een jaar geleden.
En iedere keer denkt hij weer terug aan dat moment samen.
En dan moeten we daar weer om lachen.
En wat krijg ik vervolgens van hem cadeau? Gewoon zomaar.
Nog meer googly eyes.
Misschien moeten we gewoon wat vaker dingen doen omdat het leuk is.
Niet alles hoeft nuttig te zijn. Niet alles hoeft perfect. En niet alles hoeft binnen de lijntjes.
Soms ontstaat juist dáár een verhaal dat je een jaar later nog samen kunt navertellen.
Dus wanneer heb jij voor het laatst iets gedaan waarvan iemand zei:
“Dat kun je toch niet maken?”