Human House Healthy

Bellen Routebeschrijving Website Contact opnemen met het bedrijf

Human House Healthy Gezondheid Mens & Leefomgeving! Gespecialiseerd in de alternatieve geneeskunde zoals Levend Bloed Analyse en Homeopathie.

Tevens metingen elektromagnetische straling & schadelijke stoffen, en geven we woonadviezen voor gezond wonen en verbouwen.

13/10/2026

NIEUWE REEKS: BINNENKLIMAAT ONDER DE LOEP
Aflevering 1: CO₂ – wat vertelt de lucht in huis eigenlijk?

De afgelopen weken namen we jullie mee in onze reeks Materiaal van de week.

We keken naar houtvezel, kalk, leem, cellulose en hennep: materialen die allemaal op hun eigen manier kunnen bijdragen aan gezond, comfortabel en biobased bouwen.

Maar zelfs wanneer een woning met mooie materialen is gebouwd, blijft er nog een belangrijke vraag over:

Hoe gezond is het binnenklimaat waarin we iedere dag wonen, slapen en werken?

Want het grootste deel van onze tijd brengen we binnen door.

Daarom starten we met een nieuwe reeks:

🟢 BINNENKLIMAAT ONDER DE LOEP

We gaan stap voor stap kijken naar onder andere:

• CO₂
• fijnstof
• vluchtige organische stoffen (VOS/VOC)
• formaldehyde
• temperatuur
• luchtvochtigheid
• ventilatie
• luchtcirculatie

En we beginnen met misschien wel één van de meest eenvoudige én nuttige metingen:

CO₂.

🟢 Wat is CO₂ eigenlijk?

CO₂ staat voor koolstofdioxide.

Het is een gas dat van nature in de buitenlucht aanwezig is.
Wij produceren het zelf ook voortdurend.
Iedere keer wanneer we uitademen komt er CO₂ vrij.

Eén persoon in een kamer is dus al voldoende om de CO₂-concentratie langzaam te laten stijgen wanneer er onvoldoende verse lucht wordt aangevoerd.
Hoe meer mensen in een ruimte, hoe sneller dat gebeurt.
Daarom zie je CO₂ vooral oplopen in bijvoorbeeld:

• slaapkamers
• klaslokalen
• vergaderruimtes
• kantoren
• woonkamers met veel mensen
• slecht geventileerde werkruimtes

🟢 Waarom meten we CO₂?

CO₂ meten we in woningen meestal niet omdat normale binnenwaarden direct gevaarlijk zijn.
We gebruiken CO₂ vooral als indicator voor ventilatie.
Stijgt het CO₂-gehalte behoorlijk terwijl mensen in een ruimte aanwezig zijn?
Dan is dat vaak een aanwijzing dat gebruikte binnenlucht onvoldoende wordt vervangen door verse buitenlucht.

En dat maakt een CO₂-meter eigenlijk heel interessant.
Je ziet iets wat je zelf meestal niet kunt waarnemen.
Want een kamer kan:

fris ruiken…
niet benauwd aanvoelen…
en tóch onvoldoende geventileerd zijn.

🟢 Wat betekent ppm?

Een CO₂-meter geeft de waarde meestal weer in ppm.

Dat staat voor parts per million.
Buiten ligt het CO₂-gehalte tegenwoordig grofweg rond de 400–500 ppm, afhankelijk van plaats en omstandigheden.
Binnen loopt dat al snel op zodra mensen aanwezig zijn.

Als praktische indicatie kun je ongeveer denken aan:

🟢 tot circa 800 ppm
Over het algemeen een goede indicatie van voldoende ventilatie.

🟡 800–1200 ppm
De ruimte verdient aandacht. Extra ventileren kan verstandig zijn.

🟠 boven circa 1200 ppm
Vaak een duidelijke aanwijzing dat de ventilatie onvoldoende is voor het aantal aanwezige personen.

🔴 waarden die langdurig nog verder oplopen
Dan is het echt verstandig om te kijken naar ventilatie, bezetting en luchttoevoer.

Dit zijn geen harde gezondheidsgrenzen.
CO₂ is vooral een praktisch hulpmiddel om te beoordelen hoe goed een ruimte wordt geventileerd.

🟢 De slaapkamer: vaak een verrassing

De slaapkamer vind ik één van de interessantste ruimtes om CO₂ te meten.
Waarom?
Omdat we daar iedere nacht urenlang verblijven.

Stel:
twee personen slapen in een slaapkamer.

De deur is dicht.
Het raam is dicht.
En er is weinig mechanische ventilatie.

Dan produceren beide personen de hele nacht CO₂.

De waarde kan daardoor ongemerkt behoorlijk oplopen.

En 's morgens denk je misschien:
“Het ruikt hier helemaal niet vreemd.”
Maar wanneer je naar de meter kijkt, blijkt de luchtkwaliteit toch een ander verhaal te vertellen.

Dat is precies waarom meten zoveel inzicht
kan geven.

🟢 Welke signalen kun je merken bij een slecht geventileerde ruimte?

Een hoge CO₂-waarde is vooral een teken dat er te weinig verse lucht wordt aangevoerd. In zo’n ruimte kunnen mensen klachten of signalen ervaren zoals:
• hoofdpijn
• suf of slaperig gevoel
• moeite met concentreren
• een “zwaar” of benauwd gevoel in de ruimte
• vermoeidheid
• minder scherp of minder productief voelen
• wakker worden met hoofdpijn of een duf gevoel na een nacht slapen

Belangrijk is wel: deze klachten kunnen veel verschillende oorzaken hebben. Een CO₂-meting helpt vooral om te zien of onvoldoende ventilatie mogelijk een rol speelt.

🟢 Een open raam is niet altijd hetzelfde als goede ventilatie

Hier ontstaat vaak verwarring.
“Maar ik zet het raam toch iedere ochtend tien minuten open?”
Dat helpt zeker om de lucht snel te verversen.
Maar daarna gaat het raam weer dicht.

En zodra mensen opnieuw langere tijd in de kamer verblijven, begint de CO₂-waarde opnieuw te stijgen.

Goede ventilatie gaat daarom niet alleen over even luchten.
Het gaat om een continue aanvoer van voldoende verse lucht.

Dat kan bijvoorbeeld via:

• ventilatieroosters
• mechanische ventilatie
• balansventilatie
• gecontroleerde raamventilatie
• een goed ontworpen ventilatiesysteem

🟢 Ventileren en luchten zijn niet hetzelfde

Dit onderscheid is belangrijk.

Luchten
= korte tijd veel frisse lucht binnenlaten, bijvoorbeeld door ramen tegenover elkaar open te zetten.

Ventileren
= voortdurend gebruikte lucht afvoeren en verse lucht toevoeren.

Luchten is heel nuttig.
Maar het vervangt geen structurele ventilatie.

🟢 CO₂ vertelt niet het hele verhaal

En dit vind ik misschien wel het belangrijkste punt van dit artikel.
Een goede CO₂-waarde betekent niet automatisch dat het hele binnenklimaat goed is.
Je kunt bijvoorbeeld prima CO₂-waarden hebben terwijl er tegelijkertijd sprake is van:

• veel fijnstof
• hoge concentraties VOS
• formaldehyde uit materialen
• een te hoge luchtvochtigheid
• juist erg droge lucht
• te hoge temperaturen
• slechte luchtcirculatie
• vervuilde ventilatiekanalen

Daarom kijken wij bij een binnenklimaatmeting liever niet naar één losse waarde.
Een gezond binnenklimaat is een optelsom.

🟢 Ook op de werkplek

CO₂ is trouwens niet alleen interessant in woningen.

Juist op kantoren, in praktijken, vergaderruimtes en andere werkplekken kan de waarde snel oplopen.
Denk maar aan een vergaderruimte waar zes mensen een uur lang zitten met ramen en deuren dicht.

De ruimte wordt warmer.
Mensen worden wat slomer.
De concentratie neemt af.
En vaak wordt gezegd:

“Het is hier benauwd.”

Een CO₂-meting kan dan heel snel laten zien of onvoldoende ventilatie meespeelt.
Soms is één meetwaarde al genoeg om ineens te begrijpen wat er in een ruimte gebeurt.

🟢 Meten over langere tijd geeft nog meer informatie

Een losse meting is interessant.
Maar nóg interessanter is het om gedurende langere tijd te meten.
Dan zie je bijvoorbeeld:

wanneer mensen de kamer binnenkomen,
hoe snel de CO₂ stijgt,
wat er gebeurt wanneer een raam wordt geopend,
hoe goed het ventilatiesysteem reageert
en hoe lang het duurt voordat de waarde weer daalt.

Zo ontstaat een soort ademhaling van de woning.
En juist dat patroon vertelt vaak meer dan één getal op één moment.

🟢 Van meten naar begrijpen

Dat is eigenlijk ook onze manier van werken bij Human House Healthy.
Niet meten om zoveel mogelijk cijfers te verzamelen.
Maar meten om een vraag te beantwoorden:

Wat gebeurt er in deze woning of werkruimte?
Waarom voelt een slaapkamer 's morgens muf?
Waarom wordt iemand in een werkkamer na een paar uur slaperig?
Waarom loopt de luchtvochtigheid steeds op?
Waarom blijft een ruimte ondanks ventileren toch onprettig aanvoelen?

Een meter geeft geen compleet antwoord.
Maar hij kan je wel helpen om gericht verder te zoeken.

🟢 Wat ik zo interessant vind aan CO₂

CO₂ kun je niet zien.
Je ruikt het niet.
En meestal voel je ook niet precies wanneer de waarde begint op te lopen.

Maar zet een goede meter in een slaapkamer of werkkamer en ineens wordt ventilatie zichtbaar.
Dat maakt CO₂ voor mij één van de mooiste eerste stappen wanneer je het binnenklimaat van een woning wilt begrijpen.

Niet vanuit angst.
Maar vanuit inzicht.

Want:

wat je kunt meten, kun je beter begrijpen.
En wat je begrijpt, kun je vaak ook verbeteren.

🟢 Binnenklimaat onder de loep

Dit was aflevering 1:

CO₂ – wat vertelt de lucht in huis eigenlijk?

De komende weken gaan we verder met onder andere:

● Fijnstof – PM1, PM2.5 en PM10
Hoe klein zijn deze deeltjes eigenlijk en waar komen ze binnenshuis vandaan?

● Vluchtige organische stoffen (VOS/VOC)
Wat kunnen verf, lijm, meubels, schoonmaakmiddelen en nieuwe materialen afgeven?

● Formaldehyde
Waarom meten we deze stof apart en waar kan hij in woningen voorkomen?

● Temperatuur en luchtvochtigheid
Waarom zegt alleen de thermostaat lang niet genoeg over comfort?

● Ventilatie en luchtcirculatie
Verse lucht binnenhalen is één ding. Maar komt die lucht ook daadwerkelijk op de juiste plek?

Zo gaan we de komende tijd stap voor stap het binnenklimaat zichtbaar maken.

Artikel:
Martin Sevink
Human House Healthy 💚
Gezond leven én wonen, op een natuurlijke manier!

Hoe is jouw binnenklimaat?
Laat het meten!
Meer informatie over binnenklimaat:


https://humanhousehealthy.nl/gezond-wonen/wooncheck-gezond-binnenklimaat/

10/10/2026
Hybride warmtepomp vanaf 2029 de nieuwe standaard – maar past die ook bij jouw woning?Het kabinet heeft op 7 oktober 202...
08/10/2026

Hybride warmtepomp vanaf 2029 de nieuwe standaard – maar past die ook bij jouw woning?

Het kabinet heeft op 7 oktober 2026 bekendgemaakt dat het vanaf 2029 de overstap naar slimme en hybride warmtepompen wil versnellen.
Wanneer een cv-ketel vervangen moet worden, zal bij veel woningen een gewone nieuwe cv-ketel op gas dan niet meer de standaardoplossing zijn.

Dat klinkt misschien alsof iedereen straks verplicht een warmtepomp moet aanschaffen. Zo eenvoudig ligt het echter niet.

De plannen moeten nog verder worden uitgewerkt en bovendien is iedere woning anders.
Daarom vinden wij het belangrijk om niet alleen naar de nieuwe regels te kijken, maar vooral naar de vraag:

Wat is voor jouw woning een verstandige, comfortabele en toekomstbestendige oplossing?

🟢 Wat heeft het kabinet aangekondigd?

Het kabinet wil dat vanaf 2029 bij vervanging van de cv-ketel een slimme hybride warmtepomp de nieuwe standaard wordt voor woningen die niet zijn of worden aangesloten op een warmtenet.

Een hybride warmtepomp werkt samen met de cv-ketel.

De warmtepomp haalt een groot deel van de warmte uit de buitenlucht en gebruikt elektriciteit. Wanneer er meer warmte nodig is, bijvoorbeeld tijdens koude dagen of voor warm tapwater, kan de cv-ketel bijspringen.

Hierdoor wordt aanzienlijk minder aardgas gebruikt dan bij verwarming met alleen een traditionele cv-ketel.

Het uiteindelijke doel van de overheid is om woningen en andere gebouwen richting 2050 steeds verder aardgasvrij te maken.

🟢 Wat betekent ‘slimme’ warmtepomp?

Vanaf 2029 wil het kabinet bovendien dat nieuw geplaatste hybride warmtepompen zogenoemd slim zijn.

Dat betekent onder andere dat het apparaat rekening kan houden met momenten waarop het elektriciteitsnet minder zwaar wordt belast of waarop elektriciteit goedkoper beschikbaar is.

Dat wordt steeds belangrijker, omdat we in Nederland steeds meer elektrisch gaan verwarmen, rijden en koken.

🟢 Moet iedereen vanaf 2029 een hybride warmtepomp?

Nee, dat kun je op dit moment niet zo stellen.
Het gaat om plannen die de komende tijd verder worden uitgewerkt.

Daarnaast zijn er verschillende situaties mogelijk.

Een woning die wordt aangesloten op een warmtenet valt bijvoorbeeld buiten deze voorgenomen norm.
En wanneer een woning al geschikt is voor een volledig elektrische warmtepomp, kan het juist logischer zijn om direct voor die oplossing te kiezen.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar de vraag:

“Welke warmtepomp moet ik kopen?”
Maar eerst naar:
“Wat heeft mijn woning eigenlijk nodig?”

🟢 Niet iedere woning is hetzelfde

Een warmtepomp kopen omdat deze technisch geplaatst kan worden, betekent nog niet automatisch dat dit voor jouw woning de beste oplossing is.

Een woning uit 2020 vraagt iets heel anders dan een vrijstaande woning uit 1960.

Ook binnen woningen uit hetzelfde bouwjaar kunnen grote verschillen bestaan.

Denk bijvoorbeeld aan:

- de isolatie van dak, gevel en vloer;
- het soort beglazing;
- tocht en koudebruggen;
- de grootte van de woning;
- vloerverwarming of radiatoren;
- de temperatuur waarop de verwarming moet draaien;
- ventilatie;
- elektriciteitsaansluiting;
- zonnepanelen;
- beschikbare ruimte voor apparatuur;
- de plek waar een buitenunit kan worden geplaatst;
- geluid en trillingen;
- het daadwerkelijke energiegebruik van de bewoners.

Daarom adviseren wij om een woning altijd als één geheel te bekijken.

🟢 Eerst isoleren of eerst een warmtepomp?

Ook dat verschilt per woning.

Bij sommige woningen kan een hybride warmtepomp relatief eenvoudig worden toegepast.
Bij een andere woning kan het verstandiger zijn om eerst warmteverlies terug te brengen door bijvoorbeeld het dak, de vloer of de gevel te verbeteren.

Want warmte die je niet verliest, hoef je ook niet opnieuw op te wekken.

Goede isolatie kan bovendien betekenen dat een woning met een l***re watertemperatuur verwarmd kan worden. Dat kan belangrijk zijn voor het rendement van een warmtepomp.

Maar ook hier geldt: meer isoleren is niet automatisch altijd beter zonder naar de rest van de woning te kijken.

Wanneer een huis luchtdichter wordt gemaakt, moet bijvoorbeeld ook goed worden gekeken naar ventilatie en het binnenklimaat.

🟢 Vergeet het binnenklimaat niet

Bij verduurzaming ligt de nadruk vaak op energieverbruik.
Logisch, want energie is kostbaar.

Maar wij vinden dat een woning niet alleen energiezuinig moet zijn. Een woning moet ook prettig en gezond zijn om in te wonen.

Wanneer woningen beter worden geïsoleerd en luchtdichter worden gemaakt, verandert ook het binnenklimaat.

Onvoldoende ventilatie kan bijvoorbeeld leiden tot hoge CO₂-waarden, te veel vocht en ophoping van stoffen die binnenshuis vrijkomen.

Daarom kijken wij bij verduurzaming graag breder.

Niet alleen:

Hoeveel energie kunnen we besparen?

Maar ook:

Wat doet een maatregel met comfort, ventilatie en het leefklimaat in de woning?

🟢 En hoe zit het met geluid?

Een lucht-waterwarmtepomp heeft meestal een buitenunit met daarin onder andere een ventilator en compressor.

De plaats van die buitenunit verdient aandacht.

Niet alleen vanwege wettelijke geluidsregels richting buren, maar ook vanwege het comfort in de eigen woning.

Een buitenunit vlak bij een slaapkamerraam kan bijvoorbeeld een heel andere ervaring geven dan een zorgvuldig gekozen plek verder van slaap- en verblijfsruimten.

Ook trillingen kunnen via een gevel, dakconstructie of bevestiging worden doorgegeven.

De goedkoopste of eenvoudigste plek om een apparaat te monteren is daarom niet automatisch de beste plek.

🟢 Hybride of volledig elektrisch?

Ook die keuze verdient aandacht.

Een hybride warmtepomp kan voor veel bestaande woningen een praktische tussenstap zijn. Je vermindert het gasgebruik, terwijl de cv-ketel beschikbaar blijft wanneer veel warmte nodig is.

Maar wanneer een woning al goed geïsoleerd is en geschikt is voor verwarming op lage temperatuur, kan het zinvol zijn om ook naar een volledig elektrische warmtepomp te kijken.

Andersom kan bij een woning met veel warmteverlies eerst verbetering van de gebouwschil meer voor de hand liggen.

Er bestaat dus niet één oplossing die bij ieder huis past.

🟢 Laat je niet alleen leiden door het apparaat

Wie zich gaat oriënteren op een warmtepomp komt al snel terecht bij fabrikanten, leveranciers en installateurs.

Daar is op zichzelf niets mis mee. Zij hebben veel kennis van hun installaties.

Maar uiteindelijk verkopen en installeren zij meestal ook een product.

Daarom kan het prettig zijn om vóórdat je duizenden euro's investeert eerst onafhankelijk naar de woning te laten kijken.

Wat is de huidige situatie?
Waar gaat warmte verloren?
Hoe wordt de woning geventileerd?
Is het afgiftesysteem geschikt?
Waar kan een installatie het beste worden geplaatst?
Welke verbeteringen zijn werkelijk nodig en welke misschien helemaal niet?

🟢 Onafhankelijk bouwbiologisch advies

Bij Human House Healthy verkopen wij geen warmtepompen.

Wij kijken vanuit bouwbiologisch oogpunt naar de woning als geheel.

Daarbij kijken we niet alleen naar energie, maar ook naar factoren zoals isolatie, bouwmaterialen, ventilatie, temperatuur, luchtvochtigheid, binnenklimaat, geluid en de manier waarop een woning wordt gebruikt.

Ons uitgangspunt is eenvoudig:

Eerst begrijpen wat de woning nodig heeft. Daarna pas bepalen welke techniek daarbij past.

Dat kan een hybride warmtepomp zijn.

Dat kan een volledig elektrische oplossing zijn.

Maar het kan ook betekenen dat het verstandiger is om eerst andere maatregelen te nemen.

🟢 Moet je nu al iets doen?

Heb je een goed werkende cv-ketel? Dan is er geen reden om door het nieuws van vandaag halsoverkop een warmtepomp te bestellen.

De plannen gaan over de situatie vanaf 2029 bij vervanging van de verwarmingsinstallatie en moeten bovendien nog verder worden uitgewerkt.

Wel kan het verstandig zijn om vooruit te kijken.

Zeker wanneer je de komende jaren wilt verbouwen, isoleren, vloerverwarming wilt aanleggen of andere grote maatregelen aan je woning plant.

Keuzes die je nu maakt, kunnen namelijk bepalen welke verwarmingsmogelijkheden je straks hebt.

🟢 Onze belangrijkste tip

Maak eerst een plan voor je woning en kies daarna pas de installatie.

Zo voorkom je dat verschillende maatregelen los van elkaar worden uitgevoerd en je later ontdekt dat dingen niet goed op elkaar aansluiten.

Wil je weten hoe jouw woning ervoor staat of wil je onafhankelijk meekijken naar de mogelijkheden bij renovatie, verduurzaming of een toekomstige warmtepomp?

Human House Healthy denkt graag met je mee.

Niet vanuit de verkoop van een bepaald systeem, maar vanuit de vraag wat past bij jouw woning, jouw wooncomfort en jouw toekomstplannen.

Human House Healthy
Gezond leven én wonen, op een natuurlijke manier

https://humanhousehealthy.nl/gezond-wonen/

MATERIAAL VAN DE WEEK: HENNEPVan snelgroeiende plant naar isolatie voor een comfortabel huisNa houtvezel, kalk, leem en ...
06/10/2026

MATERIAAL VAN DE WEEK: HENNEP
Van snelgroeiende plant naar isolatie voor een comfortabel huis

Na houtvezel, kalk, leem en cellulose zijn we aangekomen bij het laatste materiaal uit onze reeks.
En daarvoor gaan we letterlijk terug naar het land:
hennep.

Veel mensen kennen hennep vooral als plant, maar de sterke vezels en houtachtige delen van de stengel kunnen ook worden gebruikt als bouwmateriaal.

Van isolatiematten tot hennepkalk, bouwblokken en platen: hennep heeft inmiddels behoorlijk wat toepassingen binnen natuurlijk en biobased bouwen.

We zijn gewend om voor isolatie te denken aan materialen die in een fabriek worden gemaakt uit minerale of fossiele grondstoffen.
Maar isolatie kan dus ook gewoon beginnen met een plant.

🟢 Wat wordt er van hennep gebruikt?

Voor bouwmaterialen worden verschillende delen van de hennepstengel benut.

De lange sterke vezels aan de buitenzijde kunnen onder andere worden verwerkt tot hennepvezelisolatie.

Het houtachtige binnenste gedeelte van de stengel wordt vaak versnipperd tot zogenaamde hennepscheven.
Die kunnen samen met een minerale bindmiddel, vaak op kalkbasis, worden verwerkt tot hennepkalk, ook wel hempcrete genoemd.
Hempcrete wordt onder meer toegepast in wanden, vloeren, plafonds en daken, meestal rondom een dragende houtconstructie. Het materiaal zelf is normaal gesproken niet dragend.

🟢 Waar kun je hennep in een woning toepassen?

Hennep komt in verschillende vormen terug.

Denk bijvoorbeeld aan:

• flexibele isolatiematten tussen houten stijlen en balken
• isolatie van daken en voorzetwanden
• houten vloeren en plafonds
• hennepkalk als isolerende wandvulling
• prefab hennepkalkblokken of -elementen
• kalk- of leemafwerkingen in combinatie met hennep

En daarin zit meteen iets belangrijks:
“hennep” is niet één bouwproduct.
Een hennepisolatiemat werkt anders dan een massieve wand met hennepkalk.

Je moet dus altijd kijken naar het daadwerkelijke product én naar de complete constructie.

🟢 Hennep als isolatiemateriaal

Bij hennepvezelisolatie zorgen de vezels en de lucht tussen die vezels ervoor dat warmte minder snel door de constructie wordt getransporteerd.

Daardoor kun je het materiaal gebruiken om bijvoorbeeld een houten dak, wand of vloer thermisch te isoleren.
Hennepvezelmatten zijn flexibel en kunnen daardoor mooi tussen houten balken of stijlen worden aangebracht.

Net zoals bij houtvezel geldt:
goed aansluiten is minstens zo belangrijk als het isolatiemateriaal zelf.

Een prachtig natuurlijk materiaal met grote kieren ernaast blijft tenslotte een slecht geïsoleerde constructie.

🟢 En hoe zit het met de zomer?

Hier wordt biobased isolatie naar mijn mening extra interessant.
We praten bij isoleren vaak over:
“Hoe houden we in de winter de warmte binnen?”

Maar onze zomers laten steeds vaker zien dat we óók moeten vragen:
“Hoe houden we in de zomer de warmte buiten?”

Hennepproducten kunnen, afhankelijk van dichtheid en opbouw, niet alleen isoleren maar ook bijdragen aan warmtebuffering.
Bij hennepkalk komt bijvoorbeeld isolerend vermogen samen met massa.
Dat kan helpen om temperatuurschommelingen te vertragen.

Dat kan vooral interessant zijn bij:

● slaapkamers onder het dak
● houtskeletwoningen
● sterk door de zon belaste gevels
● woningen waarin zomercomfort steeds belangrijker wordt

🟢 Hennep en vocht

Dit is misschien wel één van de eigenschappen die binnen bouwbiologie het meest interessant zijn.
Hennepvezels en hennepkalk kunnen vocht uit de lucht opnemen en later weer afgeven.

We noemen dat hygroscopisch.

Dat betekent niet dat je een hennepconstructie nat mag laten worden.
Maar binnen een goed ontworpen dampopen constructie kan het materiaal helpen om tijdelijke veranderingen in de luchtvochtigheid te bufferen.
Hennepkalk is bovendien dampdoorlatend, waardoor waterdamp door de constructie kan bewegen in plaats van automatisch opgesloten te raken.

En dat brengt ons weer bij iets wat in deze hele serie telkens terugkomt:

een materiaal werkt nooit alleen.

🟢 Hennep, dampopen bouwen en luchtdichtheid

Een dampopen wand betekent niet dat de wind door je huis moet kunnen waaien.
Integendeel.

Een goede woning kan heel goed:
luchtdicht én dampopen zijn.
Luchtdicht bouwen voorkomt ongecontroleerde luchtstromen door naden en kieren.
Een dampopen opbouw zorgt er tegelijkertijd voor dat de gekozen materiaallagen op een gecontroleerde manier met waterdamp kunnen omgaan.

Daarom kijk je bij hennepisolatie niet alleen naar de hennep zelf, maar ook naar:

de binnenafwerking,
de luchtdichte laag,
eventuele dampremming,
de houtconstructie,
de buitenzijde
én de mogelijkheid van de constructie om weer uit te drogen.

🟢 Hennep + kalk = hennepkalk

Hier komen twee materialen uit onze serie ineens bij elkaar.
We hebben eerder uitgebreid geschreven over kalk.
Meng je de houtachtige hennepscheven met een daarvoor geschikt kalkgebonden bindmiddel, dan ontstaat hennepkalk.

Het resultaat is iets heel anders dan een gewone isolatiemat.
Je krijgt een relatief lichte, poreuze massa die rondom een draagconstructie kan worden verwerkt.

Daarmee combineer je eigenschappen van hennep en kalk in één wandopbouw: isolatie, enige warmteopslag en een dampopen, vochtbufferend materiaal.

En daarna kun je zo'n wand bijvoorbeeld afwerken met....leem of kalk.
Precies: nóg twee materialen uit onze reeks.

🟢 Een wand waarin de hele serie samenkomt

Stel je eens een houten woning voor.
De dragende constructie bestaat uit hout.

Tussen of rond de constructie wordt hennepisolatie of hennepkalk toegepast.

Aan de binnenzijde wordt gekozen voor een leem- of kalkafwerking.

En afhankelijk van het systeem kan aan de buitenzijde houtvezel onderdeel van de opbouw zijn.

Dan zie je ineens waar deze hele reeks eigenlijk over ging.
Niet over vijf losse “groene” materialen.
Maar over het samenstellen van een gebouw waarin materialen elkaar aanvullen.

●Houtvezel voor isolatie en zomercomfort.
●Kalk als minerale, dampopen afwerking.
●Leem voor vochtbuffering, warmte en wooncomfort.
●Cellulose als circulaire isolatie uit gerecyclede vezels.
●En hennep als hernieuwbare plantaardige grondstof voor verschillende bouwtoepassingen.

🟢 Maar hennep is toch brandbaar?

Een losse plantenvezel kan natuurlijk branden.
Daarom moet je onderscheid maken tussen verschillende hennepproducten.

Bij geproduceerde hennepvezelisolatie kunnen bindmiddelen en brandvertragende toevoegingen worden gebruikt.
Bij hennepkalk worden de hennepscheven omgeven door een minerale bindmiddel.
De uiteindelijke brandprestatie hangt dus af van het complete product en systeem.

Daarom kijk ik liever niet naar de simpele uitspraak:
“hennep brandt” of “hennep is brandveilig”.

Kijk naar de brandclassificatie van het bouwproduct dat je daadwerkelijk wilt gebruiken.
Dat is uiteindelijk waar het om gaat.

🟢 Natuurlijk betekent niet automatisch 100% natuurlijk

Ook dit hoort wat mij betreft bij eerlijk vertellen over biobased bouwen.
Een hennepisolatiemat bestaat niet automatisch uitsluitend uit hennep.
Afhankelijk van fabrikant en product kunnen er bijvoorbeeld steunvezels, bindvezels of brandvertragende stoffen zijn toegevoegd. Hennepvezelproducten en hennepkalk verschillen hierin sterk van elkaar.

Daarom kijk ik bij natuurlijke bouwmaterialen graag verder dan de mooie afbeelding van een plant op de verpakking.

Wat zit erin?
Hoe is het verwerkt?
Waar wordt het toegepast?
En hoe werkt het samen met de rest van het gebouw?

Dat is voor mij bouwbiologie.

🟢 En dan de grondstof zelf

Hennep is een plantaardige grondstof.
Tijdens de groei neemt de plant CO₂ op uit de atmosfeer en legt koolstof vast in het plantaardige materiaal.

Wanneer die vezels of scheven vervolgens langdurig in een gebouw worden toegepast, blijft een deel van die koolstof gedurende die gebruiksperiode opgeslagen.

Maar ook hier hoort nuance bij.

De totale milieubelasting van een bouwproduct hangt óók af van verwerking, bindmiddelen, transport, levensduur en uiteindelijk wat er met het materiaal gebeurt na gebruik.
Biobased betekent daarom niet automatisch:
“impact nul”.

Wel geeft het ons de mogelijkheid om veel bewuster met hernieuwbare grondstoffen en materiaalstromen om te gaan.

🟢 Waarom ik hennep interessant vind

Hennep brengt een aantal eigenschappen samen die mooi passen binnen bouwbiologisch en biobased bouwen:

● hernieuwbare plantaardige grondstof
● toepasbaar als thermische isolatie
● interessant voor zomercomfort
● kan vocht bufferen
● toepasbaar binnen dampopen constructies
● vezelmaterialen kunnen bijdragen aan akoestisch comfort
● mooi te combineren met houtbouw
● als hennepkalk te combineren met kalk en leem
● interessant binnen circulair en biobased denken

Maar misschien zit de belangrijkste les van hennep — en eigenlijk van deze hele reeks — ergens anders.

Een gezond gebouw ontstaat niet doordat je één “gezond” materiaal kiest.

Het ontstaat wanneer materialen, vocht, warmte, ventilatie, constructie en gebruik als één geheel worden bekeken.

🟢 Dit was onze reeks ‘Materiaal van de week’

De afgelopen weken hebben we gekeken naar:

HOUTVEZEL
natuurlijk isoleren en zomercomfort

KALK
mineraal, dampopen en tijdloos

LEEM
vocht, warmte en natuurlijk wooncomfort

CELLULOSE
circulair isoleren met gerecyclede vezels

HENNEP
van plant naar bouwmateriaal

Vijf heel verschillende materialen.
Maar met één overeenkomst:
ze laten zien dat bouwen ook anders kan.

🟢 En nu gaan we letterlijk naar binnen...

Want zelfs wanneer een woning prachtig is gebouwd, blijft er een belangrijke vraag over:
Hoe gezond is de lucht die je iedere dag inademt?

Daarom beginnen we na deze materialenreeks met een compleet nieuwe serie:

🟢 BINNENKLIMAAT IN HUIS EN OP DE WERKPLEK

Daarin gaan we onder andere kijken naar:

CO₂ – wanneer zegt CO₂ iets over de ventilatie in een ruimte?

Fijnstof – wat zijn PM1, PM2.5 en PM10 en waar komen die kleine deeltjes vandaan?

VOS / VOC – wat kunnen verf, lijm, schoonmaakmiddelen, meubels en nieuwe vloeren afgeven?

Formaldehyde – waar kan het in huis voorkomen en waarom meten we het apart?

Temperatuur en luchtvochtigheid – waarom vertelt de thermostaat lang niet het hele verhaal?

Ventilatie en luchtcirculatie – komt verse lucht eigenlijk wel op de plek waar jij slaapt, woont of werkt?

Want je kunt niet altijd zien of ruiken wat er in je binnenlucht gebeurt.
En precies daarom vind ik meten zo interessant.

Niet om bang te maken voor je eigen woning.
Maar om te begrijpen:
Wat gebeurt hier eigenlijk?

Van daaruit kun je gericht kijken wat er eventueel beter kan.
Dat sluit ook aan bij onze Wooncheck Gezond Binnenklimaat, waarbij we verschillende factoren juist in samenhang bekijken in woningen én werkruimtes.

Dus na weken praten over waarmee we onze huizen bouwen, gaan we nu kijken naar:
wat we ín die huizen iedere dag inademen.

En we beginnen bij een stof die iedereen zelf voortdurend produceert:

CO₂

Wat vertelt een CO₂-meter werkelijk?
Wanneer loopt de waarde op?
En waarom kan een slaapkamer 's morgens fris lijken, terwijl de meting iets heel anders laat zien?

Daarover volgende keer meer.

Artikel:
Martin Sevink
Human House Healthy
Gezond leven én wonen, op een natuurlijke manier!

Voor onafhankelijke informatie over gezond wonen:
https://humanhousehealthy.nl/gezond-wonen/

Nieuw Europees onderzoek laat zien dat mobiele telefoons bij slechter bereik harder kunnen gaan zenden.Wie zich bezighou...
04/10/2026

Nieuw Europees onderzoek laat zien dat mobiele telefoons bij slechter bereik harder kunnen gaan zenden.
Wie zich bezighoudt met elektromagnetische straling, kijkt al snel naar de zendmast in de buurt.

Hoe ver staat de mast van mijn woning?
Hoeveel antennes hangen erin?
Is het 4G of 5G?
Logische vragen.

Maar er is een kant van mobiele communicatie waar veel minder aandacht voor is:
de mobiele telefoon in je eigen hand is zelf óók een zender.

Uit een recent Europees onderzoek kwam iets interessants naar voren.
In dorpen bleken mobiele telefoons gemiddeld met een hoger zendvermogen te werken dan in grote steden.

Dat klinkt misschien tegenstrijdig.
Want minder zendmasten betekent toch automatisch minder straling?

Zo eenvoudig ligt het dus niet.
Je telefoon fluistert als het kan – en roept als het moet
Een mobiele telefoon gebruikt niet voortdurend hetzelfde zendvermogen.

🟢 Het netwerk past dat vermogen voortdurend aan.

Is de verbinding met een zendmast goed?
Dan kan een telefoon vaak met relatief weinig vermogen communiceren.

Wordt het signaal zwakker, bijvoorbeeld doordat de zendmast verder weg staat, doordat je binnen bent of doordat bouwmaterialen het signaal dempen?
Dan moet de telefoon meer moeite doen om het netwerk te bereiken.

Heel eenvoudig gezegd:

goede verbinding → telefoon kan zachter zenden

slechte verbinding → telefoon kan harder gaan zenden

Vergelijk het met een gesprek.
Sta je vlak bij iemand, dan hoef je niet hard te praten.
Staat iemand honderd meter verderop, dan zul je je stem moeten verheffen om nog gehoord te worden.

Een mobiele telefoon doet technisch gezien iets vergelijkbaars.

🟢 Onderzoek in zeven Europese landen

In een Europees onderzoek dat in 2025 werd gepubliceerd, werden 4G- en 5G-verbindingen onderzocht in honderden verschillende situaties in zeven Europese landen, waaronder Nederland.

De onderzoekers keken daarbij specifiek naar de zogenaamde uplink.
Uplink is het signaal dat van de mobiele telefoon naar de zendmast wordt gestuurd.

Daar kwam iets opvallends uit.

Het gemiddelde zendvermogen van mobiele telefoons lag in dorpen hoger dan in grote steden.
Een belangrijke verklaring is de dichtheid van het mobiele netwerk.

In stedelijke gebieden staan doorgaans meer antennepunten en bevinden telefoons zich gemiddeld dichter bij een basisstation. Daardoor kan een toestel in veel situaties met minder vermogen verbinding maken.

In landelijke gebieden zijn de afstanden vaak groter.
En daar kan de telefoon dus zelf harder moeten gaan zenden.

Minder straling vanuit de omgeving, maar meer vanuit je telefoon?
Juist hier ontstaat een interessante tegenstelling.

Andere Europese metingen laten zien dat de hoeveelheid radiofrequente elektromagnetische velden uit de omgeving in dorpen gemiddeld l***r kan zijn dan in stedelijke gebieden.

Dat is niet vreemd.

Er zijn vaak minder zendmasten, minder draadloze netwerken en minder mensen die tegelijkertijd mobiele apparatuur gebruiken.

Maar zodra de mobiele telefoon zelf actief veel gegevens moet verzenden, bijvoorbeeld tijdens uploaden, videobellen of ander intensief dataverkeer, kan het beeld veranderen.
Bij een slechte verbinding kan het zendvermogen van het toestel oplopen.

Dat betekent dus:

minder elektromagnetische straling vanuit de omgeving betekent niet automatisch dat de persoonlijke blootstelling vanuit je eigen telefoon ook l***r is.

Dat maakt het onderwerp interessanter dan alleen de vraag waar de dichtstbijzijnde zendmast staat.

🟢 Waarom horen we hier zo weinig over?

Daar mag wat Human House Healthy betreft best een kritische vraag over worden gesteld.
De discussie rondom 4G en 5G draait vanuit overheid en telecomsector vaak vooral om één vraag:

blijven de gemeten elektromagnetische velden onder de geldende blootstellingslimieten?

Dat is uiteraard een belangrijke vraag.
Maar het is niet de enige vraag.

Een meting rondom een zendmast vertelt namelijk niet automatisch hoeveel radiofrequente elektromagnetische velden iemand gedurende de dag daadwerkelijk om zich heen heeft.

Daar spelen veel meer factoren bij mee.
Denk aan:

- de afstand tot zendmasten;
- de kwaliteit van het mobiele bereik;
- de mobiele telefoon zelf;
- wifi;
- Bluetooth;
- DECT;
- slimme apparatuur;
- bouwmaterialen;
- de plaats waar apparatuur wordt gebruikt;
- en vooral: hoe dicht een zender zich bij het lichaam bevindt.

De elektromagnetische leefomgeving is dus veel complexer dan één zendmast en één grenswaarde.

🟢 ‘Onder de norm’ vertelt niet het hele verhaal

Wanneer zorgen over elektromagnetische straling worden besproken, klinkt vaak snel de geruststellende boodschap:

“De metingen blijven onder de wettelijke norm.”

Dat is feitelijk relevante informatie.
Maar onder een wettelijke norm blijven en géén elektromagnetische blootstelling hebben, zijn twee heel verschillende dingen.

Een wettelijke grenswaarde geeft aan welke maximale blootstelling binnen het gekozen regelgevingskader wordt toegestaan.

Maar daarmee weet je nog niet:

- welke bronnen in een woning aanwezig zijn;
- waar de hoogste waarden voorkomen;
- hoe lang iemand aan bepaalde bronnen wordt blootgesteld;
- en welke bronnen eenvoudig kunnen worden verminderd.

Binnen de bouwbiologie wordt daarom breder gekeken.

Niet alleen:
“Blijft het onder de wettelijke grens?”

Maar ook:
“Wat is hier werkelijk aanwezig en kan de elektromagnetische belasting praktisch worden verminderd?”

Dat is een wezenlijk andere benadering.

🟢 Dan maar overal meer zendmasten?

Ook dat is te eenvoudig.
Het onderzoek betekent niet automatisch dat er overal meer zendmasten geplaatst zouden moeten worden.
Meer antennepunten kunnen ervoor zorgen dat mobiele telefoons met minder zendvermogen hoeven te communiceren.

Maar tegelijkertijd veranderen daarmee ook de elektromagnetische velden afkomstig van de vaste antenne-installaties zelf.

Er zijn dus twee kanten.

Downlink: het signaal dat vanuit een zendmast naar mobiele apparaten wordt gestuurd.

Uplink: het signaal dat jouw telefoon terug naar de zendmast stuurt.

Daarbovenop komen wifi, Bluetooth, DECT en andere draadloze systemen.

Daarom bestaat er eigenlijk geen simpel antwoord op de vraag:

🟢 “Hoeveel straling is hier?”

Eerst moet duidelijk zijn welke bronnen aanwezig zijn en waar ze vandaan komen.

Moderne woningen kunnen het mobiele signaal beïnvloeden
Ook de manier waarop woningen tegenwoordig worden gebouwd speelt een rol.

Nieuwbouwwoningen worden steeds beter geïsoleerd en luchtdichter gemaakt.
Dat levert belangrijke energiebesparing op.
Maar materialen zoals beton, metaalhoudende constructies en bepaalde soorten isolerend of zonwerend glas kunnen mobiele signalen dempen.

Dat betekent dat een telefoon binnenshuis soms meer moeite moet doen om verbinding te houden met het mobiele netwerk.

Hier ontstaat opnieuw een interessante tegenstelling:

een woning kan energetisch uitstekend worden afgesloten, terwijl een mobiele telefoon binnen juist harder moet werken om contact met een zendmast te houden.

Bij bouwen en renoveren zou daarom niet alleen aandacht mogen zijn voor isolatiewaarde, energieverbruik en draadloze bereikbaarheid.

Ook de totale technische en elektromagnetische woonomgeving verdient aandacht.

🟢 Je telefoon zit veel dichter bij je dan de zendmast

En dan is er nog iets heel eenvoudigs:
afstand.

Een zendmast bevindt zich misschien honderden meters verderop.
Een mobiele telefoon bevindt zich daarentegen regelmatig:

- in de broekzak;
- in de jaszak;
- in de hand;
- tegen het hoofd;
- op het bureau;
- of vlak naast het bed.

De afstand tussen lichaam en bron maakt veel verschil voor de blootstelling.

Daarom is het vreemd dat in het publieke debat vaak bijna uitsluitend naar zendmasten wordt gekeken.
De telefoon die mensen dagelijks urenlang bij zich dragen, verdient minstens zoveel aandacht.

🟢 De blinde vlek in het mobiele debat

Het interessante aan deze Europese onderzoeken is niet dat ze aantonen dat wonen op het platteland gevaarlijker zou zijn.

Wat ze wél laten zien, is dat persoonlijke blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden ingewikkelder is dan vaak wordt voorgesteld.

Het gaat om een samenspel tussen:

- zendmasten;
- afstand;
- netwerkdekking;
- bouwmaterialen;
- het gebruik van mobiele apparatuur;
- en het zendvermogen van het toestel zelf.

En dat verdient naar onze mening meer aandacht in de publieke voorlichting.
Zeker nu steeds meer onderdelen van het dagelijks leven draadloos worden.

Van smartphones en tablets tot auto's, beveiligingssystemen, verlichting, huishoudelijke apparaten en slimme woningen.

De technologie ontwikkelt zich razendsnel.
De informatie aan burgers zou eigenlijk net zo snel mee moeten ontwikkelen.

Niet door mensen bang te maken.

Maar ook niet door een complexe werkelijkheid steeds terug te brengen tot één geruststellende boodschap:

“Het blijft onder de norm.”

Meten is weten – maar dan wel het hele plaatje

Bij een bouwbiologische stralingsmeting wordt daarom niet alleen gekeken of er ergens een 4G- of 5G-zendmast staat.

Er wordt gekeken naar de daadwerkelijke elektromagnetische situatie in en rondom de woning of werkplek.

Welke hoogfrequente signalen zijn aanwezig?
Waar komen ze vandaan?
Welke waarden worden op verschillende plekken gemeten?
Wat gebeurt er bijvoorbeeld in de slaapkamer?
Welke bronnen komen van buitenaf?
En welke bronnen worden binnenshuis zelf veroorzaakt?

Dat levert vaak een veel completer beeld op.

Want soms blijkt juist een bron waar nauwelijks aandacht voor was belangrijker te zijn dan de zendmast waar iemand zich zorgen over maakte.

Elektromagnetische velden kun je niet zien.
Juist daarom is het verstandig om niet alleen op aannames af te gaan.
Meten laat zien wat er werkelijk aanwezig is.

Artikel:
Martin Sevink
Human House Healthy
Gezond leven én wonen

https://humanhousehealthy.nl/gezond-wonen/stralingsmeting-woning-en-werkplek/

🟢 Bronnen:

Veludo e.a. (2025) – onderzoek naar uplink van 4G en 5G en het zendvermogen van mobiele telefoons in verschillende omgevingen in zeven Europese landen. Environmental Research.

Van Bladel e.a. (2025) – onderzoek naar persoonlijke RF-EMF-blootstelling en uplink in verschillende omgevingen in zeven Europese landen. Environment International.

Europees onderzoek (2025) – RF-EMF-metingen in meer dan 800 situaties in tien Europese landen, met speciale aandacht voor 5G. Environment International.

Kennisplatform Elektromagnetische Velden – informatie over mobiele telefoons, zendvermogen, afstand en blootstelling.

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur / Antennebureau – informatie over mobiele netwerken, antennes en elektromagnetische velden.

Adres

Sint Antoniastraat 1
Terborg
7061CD

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Human House Healthy nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact Opnemen Met Het Bedrijf

Stuur een bericht naar Human House Healthy:

Snelkoppelingen

Delen